Wortels

Echt, ik kan me niet herinneren dat ik iets anders heb willen worden dan kok. M’n moeder zegt dat ik het op m’n vijfde al wist. Niks brandweerman of straaljagerpiloot: kok zou ik worden! Ik ben dan ook opgegroeid op een boerderij in het Groene Hart, de streek van koeien, kaas en roomboter. Maar ook van fruitteelt: appels, peren en kersen bijvoorbeeld. Eenvoudige, maar heerlijke producten.

 

Mijn vader is veehandelaar, ik ging vaak met hem mee: de boer op. Zo kwam ik bij boeren, aspergetelers en aardbeienkwekers. Vaak in Brabant. Er waren ook altijd dieren in m’n buurt: paarden, koeien en ik heb zelf ook lammetjes en varkens gehad. Groenten haalden we uit de omgeving, uit de moestuin. Onbespoten en met liefde verbouwd. Tegenwoordig zou het biologisch heten, maar daar hadden we toen nog nooit van gehoord. Van m’n moeder heb ik geleerd om niets weg te gooien, alles is bruikbaar.

 

Opgroeien in de buurt van eten legt niet alleen een qua kennis, het zorgt er ook voor dat je respect hebt voor eten. Met een appelboom in je tuin besef je pas hoe bijzonder een appel is.